ontdek wie toezicht houdt op nederlandse banken, met een focus op dnb, ecb, eba en het single supervisory mechanism (ssm).

Wie houdt toezicht op Nederlandse banken? DNB, ECB, EBA en het SSM

Toezicht op Nederlandse banken is verdeeld over meerdere Europese en nationale instanties. De Europese Centrale Bank houdt via het SSM rechtstreeks toezicht op de grootste banken, terwijl DNB de kleinere instellingen direct begeleidt en bij alle banken een cruciale uitvoerende rol heeft. De EBA schrijft zelf geen dagelijkse aanwijzingen aan individuele Nederlandse banken, maar ontwikkelt wel regels en technische normen die in de hele Europese Unie gelden.

Voor spaarders, ondernemers en werknemers van een bank kan die verdeling ondoorzichtig lijken. Wie grijpt in als een bank te weinig kapitaal heeft? Wie beoordeelt witwasrisico’s? En waarom krijgt een grote bank te maken met Frankfurt én Amsterdam? Het antwoord ligt in een toezichtsketen die na de financiële crisis bewust Europees is gemaakt. Het centrale doel is niet om elke fout van een bank te voorkomen, maar om te zorgen dat banken schokken kunnen opvangen, spaargeld beschermen en krediet blijven verstrekken zonder de financiële stabiliteit van Nederland en de eurozone in gevaar te brengen.

In het kort

  • ECB en SSM: rechtstreeks toezicht op significante banken in de eurozone, waaronder grote Nederlandse bankgroepen.
  • DNB: nationaal toezichthouder, vergunningverlener en uitvoerder van prudentieel toezicht op minder significante banken; DNB werkt daarbij nauw samen met de ECB.
  • EBA: Europese regelgever en coördinator die zorgt voor een gemeenschappelijk regelboek voor banken in de EU.
  • AFM: houdt, naast bankentoezicht, vooral toezicht op gedrag, transparantie en financiële markten.
  • Depositogarantiestelsel: beschermt in beginsel tegoeden tot € 100.000 per rekeninghouder per bank wanneer een bank failliet gaat.

DNB, ECB, EBA en SSM: zo is het toezicht op Nederlandse banken verdeeld

De kern is eenvoudig: niet één instantie controleert alle Nederlandse banken alleen. Het toezicht is georganiseerd op drie niveaus. De ECB staat bovenaan bij de grote banken in landen die de euro gebruiken. DNB is de Nederlandse partner binnen dat Europese stelsel en houdt zelfstandig direct toezicht op kleinere banken. De EBA werkt op EU-niveau aan uniforme regels, rapportages en toetsingskaders.

Het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme, meestal aangeduid met de Engelse afkorting SSM, vormt de praktische verbinding tussen de ECB en nationale toezichthouders. Het SSM bestaat sinds november 2014. Die datum is belangrijk: vóór die tijd lag het prudentiële toezicht grotendeels bij nationale autoriteiten. De eurocrisis en de financiële crisis hadden duidelijk gemaakt dat problemen bij grote banken snel over grenzen heen kunnen overslaan.

Significante en minder significante banken

De ECB houdt rechtstreeks toezicht op zogeheten significante instellingen. Daarbij kijkt zij onder meer naar de omvang van een bank, haar economische betekenis voor een land of de eurozone, de grensoverschrijdende activiteiten en de vraag of de bank publieke financiële steun heeft ontvangen of aangevraagd. Als algemene drempel geldt vaak een balanstotaal van meer dan € 30 miljard, maar omvang alleen beslist niet altijd.

In Nederland vallen grote namen zoals ING, Rabobank en ABN AMRO onder rechtstreeks ECB-toezicht. Ook de Volksbank werd lange tijd als significante instelling aangemerkt. Dat betekent niet dat medewerkers in Amsterdam buiten beeld zijn. Integendeel: DNB-specialisten maken deel uit van gezamenlijke toezichtteams met collega’s van de ECB. Zo’n Joint Supervisory Team kijkt bijvoorbeeld naar kredietrisico, liquiditeit, bestuur, IT-systemen en herstelplannen.

Kleinere banken, gespecialiseerde kredietinstellingen en bepaalde buitenlandse dochterbanken vallen doorgaans onder direct toezicht van DNB. De ECB blijft daarbij eindverantwoordelijk voor de consistente toepassing van de regels binnen de eurozone. Wanneer risico’s oplopen, kan de ECB het directe toezicht op een kleinere instelling naar zich toe trekken. Daarmee voorkomt het SSM dat een grens tussen “groot” en “klein” een blinde vlek wordt.

Instelling of stelsel Hoofdtaak Betekenis voor Nederlandse banken
ECB Direct prudentieel toezicht op significante banken Beoordeelt grote bankgroepen, kapitaal, risico’s en bestuur
SSM Samenwerkingskader ECB en nationale toezichthouders Verbindt toezicht vanuit Frankfurt en Amsterdam
DNB Direct toezicht op minder significante banken en nationale uitvoering Verleent vergunningen en verzamelt diepgaande informatie
EBA EU-regels, richtsnoeren en stresstests Geeft het gemeenschappelijke kader voor bankregelgeving
AFM Gedragstoezicht en markttransparantie Let op informatie aan klanten, markten en beleggers

Stel dat de fictieve Nederlandse digitale bank Noordhaven Bank snel groeit door aantrekkelijke spaarrentes. Zolang zij onder de criteria voor een minder significante instelling valt, is DNB haar eerste prudentiële aanspreekpunt. DNB onderzoekt dan onder meer of de bank voldoende liquiditeit achter de hand heeft wanneer veel spaarders tegelijk geld opnemen. Groeit Noordhaven Bank door fusie of buitenlandse expansie sterk door, dan kan de ECB een zwaardere en directere rol krijgen.

Deze verdeling dient vooral één doel: een grote bank moet niet veiliger worden beoordeeld omdat zij toevallig in een ander euroland is gevestigd. In het volgende deel staat daarom centraal wat DNB in de dagelijkse praktijk onderzoekt en welke instrumenten de toezichthouder heeft.

Wat doet DNB bij het bankentoezicht in Nederland?

DNB, De Nederlandsche Bank, bewaakt de soliditeit van financiële instellingen in Nederland. Bij banken draait dat prudentiële toezicht om een directe vraag: kan een instelling haar verplichtingen nakomen, ook wanneer de economie verslechtert, rentes plots bewegen of klanten geld opnemen? Die vraag klinkt technisch, maar raakt het dagelijks leven. Een bank die haar risico’s onderschat, kan krediet aan huishoudens en bedrijven abrupt beperken.

DNB beoordeelt niet slechts cijfers op een kwartaalrapportage. Toezicht omvat gesprekken met bestuurders, analyses van interne modellen, onderzoeken ter plaatse en beoordelingen van plannen voor crisisherstel. Bij kleinere banken ligt de directe verantwoordelijkheid bij DNB. Bij grote banken levert DNB personeel en lokale kennis binnen het SSM, terwijl de formele besluitvorming voor veel prudentiële maatregelen bij de ECB ligt.

Kapitaal, liquiditeit en bestuur

Een bank moet eigen vermogen aanhouden om verliezen op te vangen. Dat kapitaal werkt als een buffer tussen onverwachte tegenvallers en spaargeld of andere verplichtingen. Toezichthouders kijken niet alleen naar de hoogte van die buffer, maar ook naar de kwaliteit ervan. Gewoon aandelenkapitaal kan verliezen eerder opvangen dan ingewikkelde schuldinstrumenten.

Daarnaast onderzoekt DNB de liquiditeit. Een bank kan op papier voldoende bezittingen hebben, maar toch in problemen komen als zij niet snel genoeg aan contant geld kan komen. Hypotheken zijn bijvoorbeeld waardevolle activa, maar niet direct inzetbaar wanneer duizenden klanten op dezelfde dag hun spaargeld willen opnemen. Daarom moeten banken liquide reserves en realistische financieringsplannen hebben.

Bestuur vormt een derde pijler. Toezicht let op de geschiktheid en betrouwbaarheid van bestuurders en commissarissen, op risicocultuur en op de onafhankelijkheid van de risicofunctie. Wanneer commercie altijd wint van tegenspraak, ontstaan problemen meestal lang vóórdat die zichtbaar zijn in de jaarrekening. Een raad van bestuur moet dus aantoonbaar begrijpen welke risico’s de bank neemt.

Ook integriteit speelt mee. DNB controleert of instellingen maatregelen nemen tegen witwassen, terrorismefinanciering en sanctieovertredingen. Dat is geen vrijblijvende administratieve taak. Wanneer klantonderzoek structureel tekortschiet, kan crimineel geld via het financiële systeem worden verplaatst. DNB kan dan herstelmaatregelen eisen, een aanwijzing geven of een bestuurlijke boete opleggen.

Van vergunning tot ingrijpen

Een nieuwe bank krijgt niet zomaar een vergunning. DNB en, waar relevant, de ECB beoordelen het bedrijfsmodel, de financiering, de governance, de deskundigheid van beleidsbepalers en de systemen voor risicobeheersing. Bij vergunningverlening voor kredietinstellingen heeft de ECB binnen het SSM de formele beslissingsbevoegdheid, op basis van voorbereidend werk van de nationale toezichthouder.

Wanneer DNB zwakke plekken signaleert, begint het proces meestal met een concrete herstelopdracht. Een bank kan verplicht worden sneller kapitaal op te bouwen, dividend uit te stellen, risico’s af te bouwen of haar IT-beveiliging te verbeteren. Bij ernstiger tekortkomingen kunnen toezichthouders beperkingen opleggen aan bedrijfsactiviteiten. Het uiterste middel is intrekking van een vergunning, al proberen autoriteiten eerder herstel mogelijk te maken wanneer dat verantwoord is.

Voor Noordhaven Bank kan een plotselinge groei van spaargeld bijvoorbeeld gunstig lijken. Maar als de bank dat geld voor lange tijd uitleent in moeilijk verkoopbare leningen, ontstaat een looptijdverschil. DNB zal dan vragen hoe de bank een uitstroom van spaargeld opvangt. Goed toezicht kijkt dus niet alleen naar groei, maar vooral naar de prijs van die groei en naar de buffers erachter.

De ECB en het SSM: waarom grote Nederlandse banken vanuit Frankfurt worden gevolgd

De Europese Centrale Bank is bekend als de instelling die monetair beleid voert en rentetarieven bepaalt. Sinds 2014 heeft zij ook een tweede, strikt gescheiden taak: toezicht houden op grote banken in de eurozone. Die combinatie roept soms vragen op, maar de verantwoordelijkheden zijn organisatorisch gescheiden. Het monetaire beleid kijkt naar prijsstabiliteit; bankentoezicht beoordeelt de gezondheid van individuele instellingen.

Voor grote Nederlandse banken betekent ECB-toezicht dat belangrijke beslissingen niet uitsluitend in Den Haag of Amsterdam worden genomen. De ECB werkt vanuit Frankfurt, maar gebruikt informatie en expertise van DNB. Een bank krijgt daardoor te maken met een gezamenlijke toezichtstructuur die zowel de Nederlandse hypotheekmarkt als de Europese verwevenheid van financiering begrijpt.

De jaarlijkse beoordeling van risico’s

Een centraal instrument is de Supervisory Review and Evaluation Process, meestal afgekort tot SREP. In die jaarlijkse beoordeling analyseert de toezichthouder het bedrijfsmodel, interne governance, kapitaalrisico en liquiditeitsrisico. De uitkomst kan leiden tot aanvullende kapitaaleisen die boven op de wettelijke minimumeisen komen.

Dat verklaart waarom twee banken met een vergelijkbare omvang toch verschillende kapitaalopslagen kunnen krijgen. Een bank met een grote concentratie in commercieel vastgoed, kwetsbare ICT-systemen of een afhankelijkheid van volatiele marktfunding kan meer buffer nodig hebben dan een concurrent met een voorzichtiger profiel. De beoordeling gaat dus verder dan één ratio op een balans.

De ECB voert ook stresstests uit of gebruikt de resultaten daarvan bij haar beoordeling. In een stresstest wordt een ongunstig scenario doorgerekend, bijvoorbeeld een recessie met hogere werkloosheid, dalende vastgoedprijzen en oplopende kredietverliezen. Het scenario is geen voorspelling. Het test of een bank in slechte omstandigheden kapitaal en kredietverlening kan behouden.

Waarom Europees toezicht nodig is

Grote banken zijn niet uitsluitend Nederlandse ondernemingen. Zij halen financiering op in internationale markten, bedienen klanten in verschillende landen en houden vorderingen op buitenlandse partijen. Problemen kunnen daarom sneller overspringen dan nationale regels vroeger veronderstelden. Een gedeeld kader vermindert de kans dat landen hun eigen banken soepeler behandelen om economische redenen.

Het SSM werkt volgens het beginsel van proportionaliteit. Niet elke kleine bank hoeft dezelfde rapportagelast of dezelfde intensiteit van onderzoek te krijgen als een systeembank. Tegelijk mag proportionaliteit geen excuus zijn om basisrisico’s te negeren. Een kleine instelling kan lokaal grote gevolgen hebben, vooral als zij sterk afhankelijk is van spaargeld of een gespecialiseerde markt bedient.

De ECB kan bestuursleden beoordelen, vergunningen verlenen of intrekken, en kapitaal- of liquiditeitsmaatregelen opleggen. Bij ernstige tekortkomingen werkt zij samen met DNB, nationale resolutieautoriteiten en andere partijen. Een besluit om in te grijpen is zelden één druk op een knop; het berust op doorlopende data, inspecties en juridisch vastgelegde stappen.

Voor een spaarder is vooral de uitkomst van belang: een grote bank moet risico’s herkennen voordat zij onbeheersbaar worden. ECB-toezicht maakt van een Nederlandse grootbank geen risicovrije instelling, maar wel een instelling die langs dezelfde Europese meetlat wordt gelegd als haar grote concurrenten.

De EBA en Europese bankregelgeving: regels die verder gaan dan Nederland

De EBA, de European Banking Authority, is geen dagelijkse toezichthouder zoals DNB of de ECB. De organisatie geeft doorgaans geen individuele kapitaalopdracht aan ING, Rabobank of een kleine Nederlandse bank. Haar invloed is desondanks groot, omdat de EBA werkt aan het Europese “single rulebook”: een zo uniform mogelijk pakket van regels voor banken in de Europese Unie.

Dat onderscheid voorkomt een veelgemaakte verwarring. De ECB controleert binnen het SSM rechtstreeks de grote banken van de deelnemende eurolanden. DNB voert toezicht uit in Nederland. De EBA maakt richtsnoeren, technische standaarden en vergelijkingen die ervoor zorgen dat banken niet in elk EU-land met een volledig ander prudentieel woordenboek werken.

Van Europese regels naar Nederlandse toepassing

Veel bankregelgeving komt voort uit Europese verordeningen en richtlijnen, waaronder kapitaalregels die internationaal aansluiten op Bazel-standaarden. Verordeningen gelden rechtstreeks in lidstaten; richtlijnen moeten via nationale wetgeving worden omgezet. De EBA helpt toezichthouders en banken bij de praktische uitleg, bijvoorbeeld over kredietrisico, beloningsbeleid, interne governance, liquiditeitsrapportages en de behandeling van probleemleningen.

Richtsnoeren van de EBA zijn juridisch anders dan een wet, maar nationale toezichthouders moeten duidelijk maken of zij deze toepassen of gemotiveerd afwijken. Dat creates een sterke prikkel voor consistente uitvoering. Voor een Nederlandse bank betekent dit dat een beleid voor kredietverlening, modelvalidatie of uitbesteding aan een cloudleverancier niet alleen aan nationale verwachtingen wordt getoetst, maar ook aan breed Europese normen.

Een praktisch voorbeeld betreft ICT- en cyberrisico. Banken zijn afhankelijk van betalingssystemen, datacenters en externe technologiebedrijven. Wanneer Noordhaven Bank haar volledige klantadministratie onderbrengt bij één buitenlandse cloudpartij, moet zij niet alleen letten op kosten en snelheid. De bank moet aantonen dat zij controle houdt, data kan terughalen, incidenten kan beheersen en desnoods naar een andere leverancier kan overstappen.

Stresstests en gelijke vergelijkbaarheid

De EBA organiseert periodiek Europese stresstests voor grote banken. Daarbij worden bankbalansen onder hetzelfde hypothetische economische scenario gezet. De waarde zit niet alleen in de uitkomst per bank, maar ook in de vergelijkbaarheid. Beleggers, toezichthouders en beleidsmakers kunnen beter zien welke kwetsbaarheden breed in de sector voorkomen.

Een stresstest laat niet automatisch zien dat een bank zal falen. Het is een laboratoriumproef met zware aannames. Toch kan een lage uitkomst aanleiding zijn voor extra toezicht, aanpassing van kapitaalplannen of een kritischer beoordeling door de markt. Juist na periodes met snel stijgende rente, druk op vastgoedwaarderingen of geopolitieke onrust maakt die vooruitkijkende aanpak verschil.

De EBA speelt ook een rol bij bescherming van consumenten en bij de afhandeling van grensoverschrijdende geschillen tussen nationale toezichthouders. Dat is relevant voor banken die vanuit een ander EU-land diensten aanbieden aan Nederlandse klanten. Vrij verkeer van financiële diensten werkt alleen geloofwaardig als het niet leidt tot een race naar de minst strenge regels.

De EBA staat dus verder van de individuele rekeninghouder af, maar bepaalt mede hoe stevig de fundering onder Europese banken wordt gebouwd. Daarna komt de vraag wat al deze controles concreet betekenen wanneer een bank onder druk raakt.

Financiële stabiliteit, spaargeld en ingrijpen wanneer een bank in problemen komt

Bankentoezicht heeft een duidelijke grens: het kan verliezen niet volledig uitsluiten. Banken lenen geld uit, nemen renterisico en zijn verbonden met een economie die soms krimpt. Het doel is daarom financiële stabiliteit: banken moeten verliezen kunnen dragen, betalingsverkeer moet doorgaan en problemen bij één instelling mogen niet onnodig het hele systeem treffen.

Voor huishoudens is het depositogarantiestelsel vaak de meest zichtbare bescherming. In Nederland zijn banktegoeden in beginsel gedekt tot € 100.000 per rekeninghouder per bank. Die grens geldt niet per betaalrekening, maar voor het totaal van de gedekte tegoeden bij dezelfde bank. Gezamenlijke rekeningen kennen doorgaans een dekking per rekeninghouder. Bepaalde tijdelijk hoge bedragen, bijvoorbeeld na verkoop van een woning, kunnen onder voorwaarden tijdelijk anders worden behandeld.

Toezicht, resolutie en depositogarantie zijn niet hetzelfde

Deze drie begrippen worden vaak op één hoop gegooid, maar ze horen bij verschillende fases. Toezicht probeert problemen vroeg te signaleren en te herstellen. Resolutie begint wanneer een bank ernstig faalt of waarschijnlijk zal falen en een ordelijke afwikkeling nodig is. Depositogarantie beschermt gedekte spaarders wanneer zij hun geld niet meer bij de bank kunnen opnemen.

Voor grote banken in de bankenunie is de Single Resolution Board in Brussel een belangrijke resolutieautoriteit. DNB speelt in Nederland een rol in de uitvoering en samenwerking. Resolutie kan betekenen dat aandeelhouders en bepaalde schuldeisers verliezen dragen, dat essentiële onderdelen worden voortgezet of dat een gezonde partij activiteiten overneemt. De bedoeling is dat belastingbetalers niet vanzelfsprekend als eerste aan de beurt zijn.

Stel dat Noordhaven Bank door een cyberincident en een vertrouwenscrisis veel spaargeld ziet vertrekken. Toezicht richt zich eerst op liquiditeit, communicatie en herstel. Als herstel niet meer geloofwaardig is, wordt bekeken of de bank ordelijk kan worden afgewikkeld. Voor klanten is het onderscheid belangrijk: een betaalrekening hoeft niet noodzakelijk meteen onbruikbaar te worden, maar de bescherming hangt af van de situatie, de gedekte tegoeden en de gekozen afwikkelingsroute.

Wat klanten zelf kunnen controleren

Klanten hoeven geen bankbalans te kunnen lezen, maar een paar controles helpen wel. Vooral wie bedragen boven de garantielimiet aanhoudt, doet er verstandig aan te begrijpen bij welke juridische bank het geld staat. Een bekend merk kan onderdeel zijn van een andere bankgroep, terwijl verschillende handelsnamen soms onder één vergunning vallen.

  1. Controleer of de aanbieder een bankvergunning heeft of onder een Europese vergunning diensten aanbiedt.
  2. Bekijk welk depositogarantiestelsel van toepassing is en bij welke juridische entiteit het tegoed staat.
  3. Verspreid zeer grote spaarsaldi bewust als de bescherming per bank relevant is.
  4. Lees bij hoge spaarrentes ook naar voorwaarden, opnamemogelijkheden en de looptijd van het product.
  5. Neem waarschuwingen van DNB, AFM of de betreffende buitenlandse toezichthouder serieus.

Een hoge rente is niet automatisch een alarmsignaal. Wel kan zij betekenen dat een bank actief en soms duurder financiering zoekt. Dat vraagt om context: hoe lang staat het geld vast, hoe solide is de aanbieder en welke bescherming geldt? Toezicht beschermt het stelsel, maar geïnformeerde klanten versterken hun eigen positie.

Verschil tussen DNB, ECB, EBA en AFM bij Nederlandse banken

Wie naar een bank kijkt, ziet vaak één logo en één klantenservice. Achter dat logo staan verschillende toezichthouders met uiteenlopende opdrachten. Dat onderscheid voorkomt verkeerde verwachtingen. Een klacht over onduidelijke kosten bij een beleggingsproduct is iets anders dan zorgen over de solvabiliteit van dezelfde bank. Voor het eerste speelt de AFM vaak een prominente rol; voor het tweede zijn DNB en, bij grote banken, de ECB de aangewezen prudentiële autoriteiten.

DNB kijkt naar de financiële weerbaarheid, integere bedrijfsvoering en bepaalde aspecten van de organisatie. De ECB richt zich binnen het SSM op de grootste banken en neemt belangrijke prudentiële besluiten. De EBA harmoniseert het Europese kader. De AFM ziet toe op eerlijke en transparante financiële markten, correcte informatie en de behandeling van klanten.

Geen concurrenten, maar schakels met eigen bevoegdheden

De samenwerking is nodig omdat risico’s elkaar raken. Slecht bestuur kan tegelijk leiden tot te hoge financiële risico’s én tot slechte klantbehandeling. Onvoldoende controle op witwassen kan niet alleen een integriteitsprobleem zijn, maar ook hoge boetes, reputatieschade en verlies van vertrouwen veroorzaken. Toezichthouders delen daarom binnen wettelijke grenzen relevante informatie.

Toch heeft iedere instantie een eigen wettelijke taak. DNB zal niet elk individueel geschil over een banktransactie oplossen. De ECB behandelt evenmin gewone consumentenklachten over een onbereikbare klantenservice. Voor zulke kwesties kunnen de interne klachtenprocedure van de bank, het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening of andere bevoegde instanties relevant zijn, afhankelijk van het product en de situatie.

Ook de Nederlandse overheid heeft een andere rol dan de toezichthouders. Ministers maken beleid en wetgeving, maar nemen niet dagelijks besluiten over de kapitaaleis van één bank. Die scheiding beschermt de onafhankelijkheid van toezicht. Een toezichthouder moet ook impopulaire maatregelen kunnen treffen als een bank een groot economisch of maatschappelijk gewicht heeft.

Waarom toezicht voortdurend verandert

Nieuwe risico’s vragen om nieuwe accenten. Cyberaanvallen, uitbesteding aan technologiebedrijven, klimaatgerelateerde kredietrisico’s en geopolitieke sancties staan hoger op de agenda dan twintig jaar geleden. De kern van prudentieel toezicht blijft echter herkenbaar: voldoende buffers, degelijk bestuur, betrouwbare informatie en een geloofwaardig plan voor moeilijke tijden.

Voor Nederlandse banken is de Europese dimensie blijvend. De bankensector is verweven met de eurozone, terwijl de Nederlandse hypotheekmarkt, pensioenbesparingen en internationale handelsrelaties eigen kenmerken meebrengen. DNB brengt die nationale kennis in; de ECB bewaakt een gezamenlijke standaard; de EBA zorgt dat de onderliggende bankregelgeving binnen de EU niet uiteenvalt.

Daarom is het beste antwoord op de vraag wie Nederlandse banken controleert geen losse naam, maar een werkverdeling. DNB staat dichtbij, de ECB beslist bij grote banken binnen het SSM, de EBA maakt Europese normen en de AFM bewaakt het gedrag richting markt en klant.

Wie houdt rechtstreeks toezicht op ING, Rabobank en ABN AMRO?

Grote Nederlandse banken vallen in beginsel onder rechtstreeks prudentieel toezicht van de ECB binnen het SSM. DNB werkt mee via gezamenlijke toezichtteams en levert Nederlandse marktkennis.

Wat is het verschil tussen DNB en de ECB?

DNB houdt rechtstreeks toezicht op minder significante banken in Nederland en werkt mee aan toezicht op grote banken. De ECB neemt binnen het SSM de belangrijkste prudentiële besluiten voor significante banken in de eurozone.

Heeft de EBA directe macht over een Nederlandse bank?

De EBA voert normaal gesproken geen dagelijks individueel toezicht uit. Zij ontwikkelt EU-regels, technische standaarden, richtsnoeren en stresstests die DNB en de ECB gebruiken.

Is spaargeld altijd beschermd als een bank failliet gaat?

Gedekte tegoeden vallen in Nederland in beginsel onder het depositogarantiestelsel tot € 100.000 per rekeninghouder per bank. Voor hogere bedragen, beleggingen en bepaalde producten gelden andere regels.

Controleert DNB ook witwassen bij banken?

Ja. DNB ziet toe op naleving van regels tegen witwassen en terrorismefinanciering bij banken. Bij ernstige tekortkomingen kan DNB maatregelen, aanwijzingen of boetes opleggen.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

5 × drie =

Scroll naar boven
Baselviii - Kennisplatform Bankregulering
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.